Voorthuizen

Hervormde gemeente

Wim van de Vegte, 15 jaar evangelist

Het begon op een maandagmorgen in het voorjaar van 1999. Er stond een tafel en een stoel in het hoekje van het kerkelijk bureau. Verder niets. Het zou mijn eerste werkdag worden als evangelist en pastoraal werker in de Hervormde Gemeente van Voorthuizen. Een uitdaging die op ons pad kwam. Maar, hoe begin je zo’n taak? Daar ging wel wat aan vooraf…

Guatemala
In januari 1993 vertrokken Anja en ik met onze drie kinderen naar Guatemala. We wisten ons geroepen voor een taak binnen de Presbyteriaanse Kerk als jeugdwerkcoördinator van de UNEC, de Union Nacional de Esfuerzo Cristiano. Een landelijke functie om het jeugdwerk een boost te geven, samen met twee counterparts.

Na ruim 5½ jaar gingen we terug naar Nederland met heel veel mooie ervaringen door de verbondenheid met jonge en oude christenen. Met herinneringen aan een kerk die in een andere context probeert te leven uit het Evangelie. En met herinneringen aan een samenleving waar geweld aan de orde van de dag is.

Bijzondere functie
Al snel na aankomst stelden we ons de vraag: hoe gaan we verder, waar willen we wonen? Voorthuizen leek ons een leuk dorp met een mooie gemeente. En twee dagen later hoorden we van een bijzondere functie die daar zou ontstaan: die van evangelist en pastoraal werker.

Ons geduld werd beproefd: het duurde vier maanden voordat er een advertentie kwam. We reageerden, hadden gesprekken en vrij snel daarna mocht ik beginnen met mijn werk. Puzzelstukjes die in elkaar waren gevallen.

Net als in Guatemala ging het om een nieuwe functie binnen een bestaande structuur. Mooie uitdaging!En toen kwam die maandagmorgen met een tafel een stoel… Ondertussen zijn we 15 jaar verder. Ik heb een mooie en moderne werkplek gekregen in een eigentijds kerkgebouw. In de afgelopen jaren is er heel veel gebeurd!

Rare combinatie
Er zijn jaren van bezinning voorafgegaan aan het creëren van deze functie. Een predikant zou teveel een aanslag doen op de financiën. Een kerkelijk werker zou minder kosten en veel uitvoerend werk kunnen doen.

Er was in die fase contact met de IZB. Vanuit die organisatie werd geadviseerd om er geen combi van te maken maar vooral de aandacht te richten op een evangelist of missionair werker. Ondanks dat advies koos de gemeente toch voor een dubbele focus.

De eerste maanden hadden vooral een oriënterend karakter: mensen leren kennen, een beeld krijgen van de gemeente en kijken waar ik zou kunnen beginnen.

Aandachtsvelden
Er was een beschrijving gemaakt van de aandachtsvelden: missionair werk, pastoraat, diaconaat & gemeenteopbouw. Niet alle taken zou ik kunnen gaan oppakken. Dat was teveel. Door de jaren heen is ook duidelijk geworden dat ik steeds weer keuzes heb moeten maken wat ik wel of niet zou doen.

In de eerste maanden heb ik me beziggehouden met de opzet van de doopkring en de huwelijkskring. Daarnaast ging ik mee doen met de Oriëntatiecursus Christelijk Geloof en de catechese. Later kwamen daar de gastendienst en de Alpha-cursus bij. Dat zijn door de jaren heen vaste onderdelen geworden.

Plek in de gemeente
Juist het dubbele blikveld heeft ervoor gezorgd dat ik zowel naar buiten als naar binnen moest kijken. Wat betekent buiten voor binnen, en wat binnen voor buiten? Dat maakte (en maakt) dat ik vaak in een spanningsveld zat. Mensen die tot geloof komen en deel gaan uit maken van de gemeente, passen niet altijd in de hokjes die we als gemeente hebben. Soms moet je juist iets creëren voor hen die nog maar de eerste stappen op de weg van het geloof hebben gezet.

Niet altijd stond de kerkenraad daar open voor. Lang niet altijd begrepen ze wat het betekent voor mensen die jarenlang niet betrokken waren bij geloof en kerk, om mee te gaan doen in het leven van de gemeente. En hoe moeilijk het is om patronen in je leven te veranderen.

Dat heeft er mede voor gezorgd dat er een periode is geweest waarin er veel spanning hing rond mijn werk.

In de laatste jaren is dat missionair besef steeds sterker geworden. Dat is een goede en positieve ontwikkeling! En daarmee heb ik als werker een veel duidelijkere plek gekregen, en met dankbaarheid ontvangen.

Karakter van het werk
Juist de dubbele focus en de verschillende aandachtsvelden maken het werk boeiend, uitdagend en vraagt voortdurend om te schakelen van het één naar het ander.

Je moet flexibel zijn als blijkt dat het anders gaat dan jezelf voor ogen had. Bijschaven als bepaalde onderdelen niet goed verlopen. Zo hebben we de Alphakring anders vormgegeven zodat hij wat dichter tegen de cursus aan ligt: samen koffie drinken, naar een praatje luisteren en daarna uiteen in vaste gespreksgroepen.

Soms moet je een activiteit stoppen. Het kost me moeite om dat te doen. Maar als het gebeurd is, lucht het op. Soms pak je na een aantal jaren weer dingen op, zoals de Oriëntatiecursus die we nu alweer twee keer als een echte cursus hebben gegeven.

In de loop van de tijd ben ik me meer gaan richten op toerusting van gemeenteleden. Soms in cursus-vorm, soms als onderdeel van de voorbereiding op een activiteit. Daarmee wordt de gemeente toegerust om zelf aan de slag te gaan.

Verwondering
Terugkijkend op 15 jaar evangelist zijn komt vooral het woord verwondering boven. Hoe kan het dat door de jaren heen er steeds weer mensen op mijn pad kwamen? Mensen die jaren geleden de deur van de kerk hadden dichtgegooid. Die het geloof vaarwel hadden gezegd. Die soms nog nooit iets met geloof hadden. Mensen die beschadigd rond lopen vanwege slechte ervaringen met de kerk.

Dat heeft ook heel erg te maken met de plek die je als evangelist hebt. Je bent wel gezicht van de kerk, maar minder formeel. Ik voel me vooral gedreven om met mensen te spreken over wie God is, en wie Jezus voor hen wil zijn. En dat kan los staan –en staat voor heel veel mensen los- van de kerk.

Daarom hebben we bewust ervoor gekozen dat het hoogste doel van het missionaire werk is: dat mensen de Here Jezus leren kennen als Here en Heiland van hun leven. Pas daarna komt: Mensen verwelkomen en hen meer betrekken bij de gemeente van Christus.

Geloof en gemeente
Dat laatste betekent ook dat geloven een breder perspectief heeft dan ‘bij een gemeente horen’. Gods Koninkrijk is veel breder, veel groter. En niet voor iedereen is onze gemeente de plaats voor geloofsgroei, geloofsgemeenschap en geloofsbeleving.

Ik heb geleerd dat je voorzichtig moet zijn als het gaat om de ‘snelheid’ waarmee mensen mogen groeien in het geloof. Gun hen een eigen tempo, maak de druk richting belijdeniscatechese niet te groot. Te snel belijdenis doen, kan als gevolg hebben dat mensen daarna stil blijven staan. Ze hebben nog te weinig een netwerk binnen de gemeente opgebouwd als het gaat om contacten en verantwoordelijkheden.

Bijzondere rol
Vanaf 2000 jaar was de Alpha-cursus een vast en jaarlijks terugkerende activiteit waar we veel zegen hebben mogen zien. Zoveel cursisten, mensen die tot geloof kwamen, gemeenteleden die geloofszekerheid kregen, getuigenissen van mensen: de cursus heeft een vaste plek gekregen.

Rond deze cursus spelen heel wat zaken: contacten leggen, gesprekken aangaan, contacten onderhouden. En vooral: trouw zijn naar mensen toe. Dat is misschien wel één van de belangrijkste aspecten in een samenleving waarin relaties heel belangrijk zijn en waar juist op dat gebied zoveel mis gaat.

Integratie
Gedurende een aantal jaren werd gehamerd op de integratie van missionaire kringen binnen het geheel van huisbijbelkringen. Dat was een moeizaam proces. Veel zoekers die tot geloven komen, voelen zich vaak (aanvankelijk) niet zo thuis tussen ‘doorgewinterde’ kringleden. Sommigen zullen daar nooit naar toe gaan, anderen hebben tijd nodig om daar langzaam naar toe te groeien. Dat die verschillen er zijn (en ook zullen blijven) is een stukje verscheidenheid binnen de gemeente. En acceptatie daarvan is belangrijk in het missionair bewustzijn.

Open gemeente
Het karakter van de gemeente is de afgelopen jaren veel opener geworden. Jonge stellen die samenwonen kloppen aan omdat ze willen trouwen in de kerk (en als gevolg daarvan mee doen aan de huwelijkskring). Mensen die gescheiden zijn en willen hertrouwen, vragen om een gesprek. De kerkenraad zoekt samen met mensen een weg om in de gebrokenheid van het leven te leren wat het is om van genade te leven.

De uitbreiding en vernieuwing van kerkelijk centrum Bethabara heeft ook een flinke bijdrage hieraan geleverd. Het onderstreept het belang van een geloofsgemeenschap en werkt uitnodigend naar hen die op zoek zijn naar een (andere) gemeente.

Dwarsverbindingen
Het mooie van een functie als evangelist en pastoraal werker is het dubbele blikveld. Dat bewaart je voor eenzijdigheden. En het maakt me bewust dat ik me niet langzamerhand naar binnen moet laten zuigen. En het houdt mij voortdurend scherp dat het missionaire werk geen los onderdeel is binnen of op de rand van de gemeente. Ik noem dat altijd maar ‘dwarsverbindingen’. Het is zo belangrijk dat allerlei activiteiten binnen de gemeente verbindingen met elkaar hebben. Het is een geheel, met eigen accenten.

Andere gemeenten
Vooral de laatste 5 jaar zijn de contacten met de andere kerken in het dorp geïntensiveerd. Er zijn activiteiten waarin we samen optrekken en verantwoordelijkheid dragen, temidden van de verschillen die er ook duidelijk zijn. Het gaat dan om de OpenLuchtDienst en de Open kerk, als een teken van gastvrijheid op de rand van de warenmarkt.

Het is balanceren tussen wat ons als kerken bindt en wat ons onderscheidt. En in dat laatste zit ook de pijn van: ‘zo had het nooit mogen worden’.

Bewustwording
De laatste jaren kenmerken zich door een nieuwe bewustwording: de missionaire. Dat is een proces waar misschien wel nooit een einde aan komt. Allereerst is dat nodig binnen de kerkenraad. En daarnaast is het nodig dat de gemeenteleden zich bewust worden dat een gemeente principieel missionair is (en behoort te zijn).

Deze bewustwording onderstreept hoe we kijken naar de ontwikkeling van onze samenleving. We zijn als gemeente in korte tijd terecht gekomen in een seculiere wereld. Dat vraagt van ons als gemeente een leven in discipelschap.

Bij deze bewustwording zal ik de komende tijd betrokken zijn (en blijven), en ik zal het stimuleren.

Gastvrijheid
Een thema dat nog maar kort op de agenda staat, is gastvrijheid. Hoe ben je als gemeente gastvrij, hoe ben je als gemeentelid gastvrij? Juist de ontwikkeling in onze samenleving rond de zorg, doet een appél op de kerk. Ik ben betrokken bij de bezinning hierover: het is een item dat de komende jaren alleen maar belangrijker zal worden.

Dichtbij dit thema staat ook, wat je zou kunnen noemen ‘geloof heeft ook handen’. Onze gemeente (en vele met haar) heeft altijd de nadruk gelegd op het verbale. Er werd altijd gepraat, uitgelegd en ingeleid. Er komt meer zicht op andere gaven die de Here aan de gemeente heeft gegeven. Die ontwikkeling is alle stimulering waard!

Persoonlijke toerusting
Met een zekere regelmaat ga ik naar studiedagen en conferenties. Niet elke keer levert dat concreet iets op waar je mee aan de slag kunt. Niet gaan levert altijd wat op: dat je droog komt te staan als het gaat om geloof en creativiteit.

Studie en toerusting ontvangen zijn onontbeerlijk voor deze functie. Met veel plezier maak ik gebruik van de mogelijkheden die er zijn en die vanuit de gemeente gestimuleerd worden.

Tenslotte
De benoeming begon 15 jaar als een project voor 5 jaar. Ondertussen zijn we 10 jaar verder. Anja en ik hebben, samen met ons gezin, onze plek gevonden binnen de gemeente en binnen het dorp. Vooralsnog wel. Ruim 20 jaar geleden vertrokken we uit Nederland met een lied op de lippen:

Wat de toekomst brenge moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus mijn ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen,
Vader wat Gij doet is goed.
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalme moed.

Zo gingen we toen,
zo gaan we nog steeds,
en zo hopen we blijven te gaan…

Voorthuizen,
Wim van der Vegte

« terug naar projecten