‘Contact met de stad verloopt verrassend gemakkelijk’

Pieter Versloot over zijn eerste 100 dagen als missionair predikant Groningen

De publiciteit over de ontgroeningspraktijken waren amper achter de rug, toen ds. Pieter Versloot op de stoep stond bij studentenvereniging Vindicat. Versloot was net bevestigd als predikant van de Martinikerk, pal naast het thuishonk van de vereniging, die wel 2000 leden telt. Twee bestuursleden leidden de ‘overbuurman’ rond. ‘Ze waren aangenaam verrast’, vertelt Pieter, ‘en dat was wederzijds.’ Bij een van de veel tappunten in het pand voerden ze een goed gesprek. De voorzitter was bijzonder geïnteresseerd in de dominee die net als hij geacht werd wekelijks een ‘speech’ te schrijven. ‘Dat ik voor 40 procent van mijn tijd ben vrijgesteld met het oog op onder andere het werk onder studenten, sprak hen wel aan. En ik heb hen maar meteen meegegeven: Als iemand zijn hart wil luchten, vind je me aan de overkant.’

‘Lucht je hart’ is een van de initiatieven die Pieter tijdens zijn eerste 100 dagen op de rails heeft gezet. Biechten in de Martini. Pieter: ‘Kort na mijn bevestiging als missionair predikant overlegde ik met de beheerder van de Martinikerk over een ruimte waar mensen zouden kunnen biechten. Tijdens de voorbereidingen belde een vrouw, niet betrokken bij een kerk, met de verzoek om een gesprek. Want, zei ze letterlijk ‘ze had veel om te biechten.’

‘In de traditie van de kerk is veel over de waarde van de biecht geschreven – Bonhoeffer bijvoorbeeld. Tijdens vakantie in Straatsburg zag ik dat daar in kathedraal ook de mogelijkheid wordt geboden. Iets dergelijks stond me ook in Groningen voor ogen. De vrouw is inmiddels geweest. Ze had zeven A-viertjes getypt over alle tragiek in haar leven. We hebben erover gesproken, ik gaf haar een uitgeprinte bijbeltekst mee en bad met haar. Drie weken later kwam ze terug met nog 5 kantjes over haar eigen aandeel in alle narigheid, die in haar leven plaatsvond.’

Pieter zag in de spontane ontmoeting een bevestiging om op de ingeslagen weg voort te gaan. In een interview in een huis-aan-huiskrant kondigde hij het initiatief aan. ‘De kerk is naar mijn idee te veel gesloten’, zei hij. ‘We moeten de luiken opengooien.’ Letterlijk gaan elke woensdagmiddag de luiken open van het Boter- en Broodhuisje, een bijgebouwtje van de monumentale kerk. Een bord op de stoep geeft aan dat Pieter er tussen 14.00 en 16.00 uur inloopspreekuur houdt. ‘En nee’, zei hij in de krant, ‘ik vind het niet jammer als je iemand daarna nooit meer terugziet in de kerk. Ik denk dat velen juist ook makkelijker iets vertellen om diezelfde reden. Ik ben een onbekende voor hen. Velen vinden het fijn om zo hun ‘afval’ kwijt te raken. Ik ben geen psycholoog, maar vanwege mijn ambtsgeheim vinden mensen het toch aangenaam te praten en hun hart te luchten.’

Ideeën
De spontane contacten bij Vindicat en het interview in de krant, het zijn voorbeelden uit vele, die Pieter doen concluderen dat er allerlei mogelijkheden zijn om namens de kerk contact te leggen in de samenleving. Of neem het telefoontje van de stichting die wandelingen organiseert. Ze vroegen of de Martinikerk niet het eindpunt zou kunnen zijn en of we niet dagelijks een vesper zouden kunnen organiseren voor wandelaars. Via een app zouden we de wandelaars erop kunnen attenderen. Zulke verzoeken zijn aangename verrassingen. Er ontstaan gemakkelijk verbindingen waardoor de kerk zinvol haar rol in het ‘weefsel van de stad’ kan innemen. Aan ideeën geen gebrek.

Voorbede
Met de kerkenraad heeft Pieter afspraken gemaakt over een werkplan. In de drie dagen die hij gemeentepredikant is, ligt het accent op de kerkdiensten. ‘Ik investeer in het eerste jaar veel in relaties. Ik bezoek alle actieve leden, zo’n 300, om nader kennis te maken en te horen wat er speelt.’ Er is een goede goede band met IZB-collega Jan Waanders, die twee km verderop in missionair diaconaal centrum ‘Het Pand’ werkt. Met de wekelijkse vieringen, sinds januari 2017, ontstaat daar een eigen geloofsgemeenschap. ‘De betrokkenheid op elkaar zou ik graag verder uitbouwen. Dat zou ook in de wekelijks voorbede tot uitdrukking kunnen komen.’

De start van Versloot in Groningen verliep, kortom, prima. ‘Ik heb zeven jaar een baan gehad waarin ik minstens 35.000 km per jaar reed. Laatst ontdekte ik dat ik in een maand de stad vrijwel niet uit ben geweest. Terwijl ik me geen moment heb verveeld…’