Kleine gemeenten, grote vragen

De Gereformeerde Bond en de IZB organiseerden ‘luistergesprekken’ met delegaties van twaalf kerkenraden en gemeenten in Groningen, Friesland en Drenthe.

Het verslag van die tournee geeft een helder zicht op de vragen waar de kleine gemeenten mee te kampen hebben. Meest geturfde woord tijdens de presentatie: kwetsbaarheid.

Tijdens een ontmoeting met vertegenwoordigers van deelnemende kerken, eind juni, zijn de eerste resultaten besproken. ‘Op een doorsnee zondagochtend zijn we met zo’n dertig kerkgangers’ vertelt een oudere dame bij de koffie. ‘In de afgelopen 40 jaar heeft onze gemeente nooit meer dan 50 leden geteld. Ik heb het alleen maar minder zien worden. Je stelt je er op een gegeven moment op in. Kinderen groeien op, gaan studeren, trekken weg en keren niet terug naar het dorp. Dat snap ik ook wel. Het is een wonder van God dat de gemeente nog bestaat.’ De onderlinge betrokkenheid en de meelevendheid van de gemeente is groot. ‘Meer dan de helft is lid van een kring. Kom daar nog eens om in een gemiddelde Veluwse gemeente!’ De gemeente waar de vrouw lid van is, leeft van het vermogen dat gemeenteleden in het verleden bijeen hebben gebracht, daardoor kan de predikantsplaats worden betaald. Maar nu er onvoldoende kandidaten voor de kerkenraad, naderen ze de kritische grens…

Het is één van de twaalf gemeenten die deel uitmaakten van het onderzoek van de Gereformeerde Bond en de IZB. Groningen, Bedum/Onderdendam, Dorkwerd, Onstwedde, Damwoude, Wijnjewoude, Assen, Stedum/Ten Post, Wouterswoude, Westereen, Sebaldeburen en Hollandscheveld. Tijdens de luistersessies stuitten de onderzoekers op prachtige staaltjes van toewijding, trouw en onderling pastoraat. ‘Ouderen in de kerk zeggen tegen me: ik ben blij dat je er bent. Dat doet me goed. De gemeente wordt zo mijn tweede gezin.’ Een ander zei: ‘Deze oudere vrouw liet mij zien wat geloven inhoudt en is er voor me. Geen vraag vindt zij raar. Het zou mooi zijn als iedere jongere zo’n buddy zou hebben in onze gemeente.’ Breed leeft het besef dat de kerk uiteindelijk de zaak van God is. ‘Als de Heere onze gemeente niet in stand had gehouden, waren we er allang niet meer geweest.’

Volksaard
Ondanks de grote onderlinge verschillen in geschiedenis en context – er zijn ook vitale kleine, groeiende gemeenten – tekende zich wel een rode draad af in de gesprekken. De meeste gemeenten zijn naar binnen gericht. Alle energie gaat naar het draaiend houden van het kwetsbare gemeenteleven. ‘We hebben de handen vol aan overleven.’ ‘We kunnen wel spreken over “versterking van binnenuit”, maar als de trend zich doorzet, hebben we dan straks nog mensen om aan leiding te geven?’ Er is vaak sprake van een onevenwichtige leeftijdsopbouw. In de kleine dorpsgemeenten ontbreken jonge gezinnen. In de stad Groningen telt de wijkgemeente van de Martinikerk vooral studenten en ouderen; de leeftijdscategorie 45-70 is mager vertegenwoordigd.
Sommige bevindingen zijn gekwalificeerd als ‘specifiek voor het noorden’: het ontbreekt onder autochtone bevolking vaak aan de kennis van de Bijbel en de geloofsleer. ‘Gemeenten draaien op mensen die niet van hier zijn’, zegt een predikant. De volksaard speelt soms ook parten. Een doorsnee Groninger praat niet zo makkelijk over zijn gevoelens, laat staan over zijn geloof. ‘De vraag is dan wel: is het geloof er niet, of slaagt men er niet in om het te verwoorden? Als mensen zulke gesprekken binnen de gemeente al ingewikkeld vinden, hoe zullen ze dan ooit met buitenstaanders over het geloof beginnen?’

Interne secularisatie
Kernpunt in alle gemeenten is de diepgaande interne secularisatie. Stille tijd, bijbellezen bij de maaltijd, gezamenlijk hardop bidden, het gesprek over geloof – gemeenteleden zeggen er nauwelijks aan toe te komen. Dogmatische zekerheden, ‘bekende woorden’ die deel uitmaken van de gereformeerde identiteit lijken niet voldoende om mensen te helpen vandaag met God te leven. Meer dan eens spreken gemeenteleden over hun verlegenheid om de zondag te verbinden met de rest van de week. ‘Ten diepste leven we alsof we God niet nodig hebben.’ Of, zoals iemand zei: ‘Met mijn verstand weet ik dat ik Jezus nodig heb en ik geloof het ook. Maar mijn hart zegt anders: ‘Wat is de werkelijke relevantie van Jezus’ evangelie voor mij? Wat voegt Jezus toe aan een leven waarin ik het gemiddeld genomen niet slecht heb?’

Verwachting
Aan het eind van de bijeenkomst met delegaties van kerkenraden en gemeenten formuleren ze wat ze verwachten van de Gereformeerde Bond en de IZB. Een greep uit het huiswerk: ‘Leer ons om het geloof van hart tot hart te delen, zowel binnen als buiten de kerk.’ ‘Laten we waar mogelijk nauwer samenwerken met orthodox-protestanten met wie we geestelijk verwant zijn, christelijk-gereformeerden, vrijgemaakten.’ ‘Faciliteer het gesprek tussen de generaties binnen de gemeente. Waarom zou je catechisatie zo leeftijdsgebonden houden? Ouderen en jongeren kunnen aan elkaar inspiratie opdoen!’ ‘Deel onderling verhalen over hoe mensen God ervaren in hun dagelijks leven.’ ‘Wees niet te benauwd om te investeren. Het is eerder te laat dan je denkt.’ En last but not least: ‘Laten we hartstochtelijk bidden om de Heilige Geest. Als we eerlijk voor God staan, zal Hij ons duidelijk maken waar het aan schort en wat we hebben te doen.’

Koos van Noppen

Dit artikel is verschenen in de Waarheidsvriend van 27 juli 2017.