Aan de universiteit

Bijzondere leerstoel Secularisatiestudies

Sinds 1 september 2012 bekleedt prof. dr. H.J. (Herman) Paul de bijzondere leerstoel Secularisatiestudies aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. De leerstoel is ingesteld door de IZB en de GZB. Het gaat om een benoeming voor één dag per week, voor de periode van 5 jaar.

Naar aanleiding van zijn oratie, 24 september 2013, schreef Herman Paul een korte bijdrage over zijn leeropdracht:

Wat is secularisatie? Ik kom in mijn omgeving grofweg twee antwoorden tegen:

  1. In de kerk hoor ik, van predikanten en kerkelijke werkers, dat secularisatie een bedreiging is, een acuut gevaar voor kerk en geloof. Secularisatie, zeggen zij, is een sluipend proces waardoor mensen hun geloof verliezen en de kerk vaarwel zeggen. Hoe kunnen we dit proces een halt toeroepen?
  2. Een heel ander geluid hoor ik aan de universiteit, onder wetenschappers. Secularisatie, zeggen deze academici, is een theorie over het afnemende belang van religie in moderne samenlevingen. Het is een omstreden theorie, waarop veel kritiek gekomen is – zo veel zelfs, dat wetenschappers inmiddels op zoek zijn naar betere theorieën.

Twee heel verschillende reacties dus op de vraag: wat is secularisatie?

In mijn oratie ben ik in gesprek met de beide groepen – wetenschappers voor wie secularisatie een ietwat verouderde theorie is en kerkelijke werkers die secularisatie willen begrijpen teneinde haar effectief te kunnen bestrijden.

Hoofdpersoon van mijn verhaal is Ted Wickham, een energieke Britse priester uit de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Hij werkte in de Sheffield Industrial Mission, een missionair experiment in de Noord-Engelse staalindustrie. Zijn stelling luidde dat de kerk de arbeiders van zich had vervreemd. De Britse arbeidersklasse was geseculariseerd, schreef hij in een beroemd boek in 1957, omdat de kerk niet effectief had ingespeeld op de noden van de arbeiders, omdat ze hun taal nooit had willen spreken en omdat ze haar traditionele parochiestructuren nooit aan de moderne, industriële wereld had willen aanpassen.

Ted Wickham biedt in zijn boek – hier ziet u het – een prachtig voorbeeld van wat ik een secularisatieverhaal noem: een diagnose van wat er in de afgelopen eeuwen mis is gegaan, met als gevolg dat mensen nu de kerk verlaten. Hij vertelt een historisch verhaal dat als doel heeft de oorzaken bloot te leggen van huidige malaise én een remedie te bieden voor de toekomst. Immers, als de kerk eenmaal weet wat er fout is gegaan, kan ze haar prediking, haar catechese, haar missionaire werk daarop afstemmen.

Deze directe link tussen diagnose en, laten we zeggen, beleidsaanbevelingen is volgens mij heel karakteristiek voor het genre van secularisatieverhalen. Als wetenschappers over  secularisatie spreken, hebben ze het over een sociaalwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van religie zou moeten verklaren. Voor hen is secularisatie een verklaringsmodel. Maar als dominees en missionarissen zoals Wickham over secularisatie spreken, dan is het hun niet louter om verklaring te doen. Ze willen de werkelijkheid snappen, teneinde haar te veranderen. Ze willen secularisatie doorgronden, teneinde daarop in te spelen met hun missionaire activiteiten.

Dit betekent dat secularisatieverhalen niet vrijblijvend zijn. Al is secularisatie in de sociale wetenschappen niets meer en niets minder dan een verklaringsmodel, buiten de academie bewijst het voorbeeld van mannen als Wickham hoezeer secularisatieverhalen impact hebben op, bijvoorbeeld, de kerk.

Mijn stelling luidt dat deze impact niet beperkt is tot concrete adviezen van het type ‘probeer de taal van arbeiders te spreken’. Secularisatieverhalen oefenen ook achter de schermen, op heel subtiele manieren macht uit over hun lezers. Ze stellen bijvoorbeeld dat secularisatie een langetermijnproces is, dat met modernisering en industrialisatie heeft te maken. Ze gaan er vanuit dat secularisatie primair kan worden afgemeten aan het aantal kerkgangers op zondagochtend. Of ze nemen aan dat secularisatie geheel ‘binnenwereldlijk’, dus zonder verwijzing naar God, kan worden verklaard.

Secularisatieverhalen duwen hun lezers daarmee een bril op de neus. Ze zeggen als het ware: wil jij, dominee, snappen in wat voor een wereld jouw gemeenteleden leven, bekijk hun wereld dan vanuit het perspectief dat wij je aanreiken. En maak je geen illusies: ons verhaal is gestoeld op historische en sociologische analyse en is dus ‘echter’, ‘reëler’, dan andere verhalen.

Zou dit verklaren waarom de kerk in Wickhams dagen op grote schaal sociologen in dienst nam, om haar te vertellen hoe de werkelijkheid eruitzag? Of zou dit verklaren waarom zoveel dominees tegenwoordig citeren uit Charles Taylors Secular Age – vaak zonder zich kritisch af te vragen wat voor een hegeliaanse geschiedfilosofie daarachter zit?

Secularisatie is dus niet alleen een verhaal over de werkelijkheid; het is ook een verhaal dat impact heeft op de werkelijkheid, door beleidsaanbevelingen te doen en/of door een bril aan te reiken waardoor mensen naar de wereld gaan kijken – met alle praktische consequenties vandien.

Dat brengt mij, tot slot, bij twee vragen, voor elk van de groepen waarmee ik begon: de wetenschappers en de kerkelijke werkers.

  1. Aan wetenschappers zou ik willen vragen: Moeten we niet eens gaan onderzoeken hoe die maatschappelijke effecten van secularisatie eruit zien? Zouden we niet moeten ophouden te denken dat secularisatie alleen maar een wetenschappelijk verklaringsmodel is? Zou er geen fascinerend historisch onderzoek te doen zijn naar hoe, bijvoorbeeld, religieuze organisaties hun beleid soms volkomen laten bepalen door secularisatieverhalen?
  2. Aan kerken zou ik willen vragen: als het waar is dat secularisatieverhalen impact hebben op hoe we de wereld zien en daarin handelen, moeten we ons dan niet kritisch afvragen wat we uitdragen als we over secularisatie spreken? Wat voor geschiedbeeld, mensbeeld, godsbeeld gaat er schuil achter dit begrip? Als secularisatieverhalen de indruk wekken dat alles pais en vree was toen kerken nog vol zaten, wat voor een theologie zit daar dan achter, bijvoorbeeld?

Twee vragen dus, voor twee groepen mensen. Met beide groepen en met clusters vragen hoop ik de komende jaren in Groningen aan de slag te gaan. U zult er nog van horen!