Johannes 16:8-11, Preekschets voor Pinksterdag

Preekschets door dr. W. Dekker

Tekst
En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen...
(Joh. 16:8-11)

Schriftlezingen
Johannes 16:4b-15; Handelingen 2:1-14a; 22-24; 36-40

Het eigene van de zondag
Het Pinksterfeest blijft voor veel mensen, ook trouw meelevende gemeenteleden enigszins vaag. Het is een uitdaging te laten zien om welke uiterst concrete dingen het gaat. Het gaat in de lezingen om een gebeuren , waardoor mensen radicaal van overtuiging veranderen. In Johannes 16 zegt Jezus, dat na zijn heengaan de Geest zal komen en die zal alsnog de zaak van Jezus zo aan de orde stellen, dat mensen overtuigd worden van hun ongelijk door Hem af te wijzen. De Geest stelt blijvend de zaak van Jezus aan de orde. Daardoor worden mensen daadwerkelijk zijn volgeling. Zo concreet is Pinksteren: God verandert mensen.

Liturgische aanwijzingen
Op de eerste Pinksterdag verdient het de voorkeur (ook) uit Handelingen 2 te lezen. De aangegeven fragmenten zijn een illustratie bij de woorden van Jezus in Johannes 16: de Geest werkt overtuigend, laat zien dat de weg van de afwijzing van Jezus een dwaalweg was.

Mogelijke liederen
Psalm 2; 21; 110; Gezang 244; 245; 297; 304.

Geraadpleegde literatuur
M.de Jonge, Johannes. Een praktische bijbelverklaring, Serie:Tekst en Toelichting, Kampen 1996
Théo Preiss, De rechtsgedachte in het evangelie van Johannes, Nijkerk z.j.
Rudolf Schnackenburg, Das Johannesevangelium 13-21, Herders Theologischer Kommentar zum Neuen Testament.

Uitleg
Het Griekse woord parakleet kan in de context van Johannes 16: 8-11 beter niet met ‘Trooster' vertaald worden. Uiteindelijk geeft zijn werk wel troost, maar dat is dan eerder een afgeleide betekenis dan het eigenlijke waar het hier om gaat. Op de achtergrond van de tekstwoorden staat de gedachte van een rechtsgeding. God is met de wereld in een rechtsgeding verwikkeld over wie Jezus is. Hij ging de weg van God de Vader tot het einde toe in liefde voor de mensen. Daarin is Hij de volle openbaring van God de Vader zelf in deze wereld. Maar de wereld ontkent dit, wil er niets van weten. De wereld is hier vooral ook de vrome, godsdienstige joodse wereld. Maar ‘wereld' is tegelijk meer dan welke concrete wereld van mensen ook. Het is een ‘mythisch' begrip. Het is de wereld, die God geschapen heeft, maar die bezet is door vreemde machten onder leiding van de ‘overste dezer wereld'. De vervreemding tussen God, Christus (door wie n.b. de wereld is geworden, Joh. 1:1-5) en de wereld is een alles beheersend thema in het evangelie naar Johannes. Deze vervreemding en vijandschap eindigt met de kruisiging. Toch zal dat niet het definitieve einde zijn. Na de komst van de Zoon in de wereld , volgt nu een nieuwe inzet van God: de komst van de Geest. ‘Mogen wij zeggen: zoals het woord vlees geworden is, zo zal de Geest communie, gemeenschap der heiligen worden? Geeft de johanneïsche verkondiging, die wel onder- scheiding, maar geen scheiding toelaat tussen christologie en pneumatologie, daartoe geen aanleiding?'(J.M.Hasselaar, Beluisterde Schriftwoorden,'s Gravenhage 1988, p.183). In ieder geval zal de Geest de draad weer oppakken en de wereld er alsnog van overtuigen, dat ze op de verkeerde weg zat door Christus uit te schakelen. De Geest is de aanklager van de wereld en de advocaat van Christus en zijn gemeente. Elenchoo betekent hier: van schuld overtuigen, aanklagen.'Indien de exegeten niet al te best geweten hebben wat te doen met de Geest als Parakleet, dan komt dat omdat men niet gezien heeft hoe de Geest slechts zijn betekenis heeft binnen het kader van het kosmische geding. Reeds in het joodse denken heeft de Geest een zeer nauwkeurig omschreven juridische functie. Het testament van Juda (hoofdstuk 20) is hierover zeer duidelijk:..."En de Geest der waarheid getuigt en beschuldigt over alles, en de zondaar wordt beschaamd in zijn hart en kan het aangezicht niet naar zijn rechter opheffen." '(Théo Preiss, a.w.,p.21).

In dit verband vallen dan drie woorden: zonde , gerechtigheid en oordeel. Ze betekenen alle drie iets anders dan we op de klank af zouden denken.
Zonde is hier niet een moreel, maar een religieus begrip. Zonde is de weigering in te zien, dat God zich in Jezus ten volle heeft geopenbaard. Dan gaat het niet alleen om zijn persoon, maar ook om zijn werk. Het gaat om zijn persoon en werk ineen. Niet in Jezus geloven is in de praktijk van het leven aan het beslissende van zijn woorden en daden voorbijgaan, dat relativeren of negeren.

Bij gerechtigheid gaat het hier om het gebeuren dat God de Vader zijn Zoon recht zal doen door Hem aan het kruis niet roemloos ten onder te laten gaan, maar Hem op te nemen in zijn heerlijkheid. De kruisiging wordt bij Johannes consequent de verheerlijking genoemd, omdat heel de weg , die Jezus gaat in het teken staat, dat de Vader Hem recht zal doen tegenover het onrecht van de wereld. De Geest zal de wereld van deze gerechtigheid overtuigen. Wanneer Jezus straks niet meer gezien zal worden zullen mensen niet het graf van een martelaar kunnen bezoeken, want Hij zal niet in zijn graf zijn. Ze zullen òf blijven ontkennen, dat Jezus de gezondene van de Vader was en dus ook zijn opstanding ontkennen. Òf ze zullen Hem aanbidden als de verheerlijkte aan de rechterhand van de Vader.

De overtuiging van het oordeel houdt in, dat de Geest duidelijk zal maken, dat in kruis en opstanding van Jezus de overste van de wereld, de duistere macht, die zich ten onrechte de wereld had toegeëigend, de strijd verloren heeft. Het laatste oordeel is in Jezus' sterven en opstanding reeds voltrokken. Vgl. Joh. 12:31 :'Nu gaat er een oordeel over deze wereld;nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden'.

Aanwijzingen voor de prediking
Pinksterfeest, zendingsfeest. Dit is voor de gemeente een vertrouwde associatie.Het heil, dat in Christus is geschonken roept om getuigen. Wij zijn geroepen om te getuigen van Christus in deze wereld. In Johannes 15: 27 staat: ‘en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij'. Dit geldt allereerst de ooggetuigen, de apostelen, maar heel de gemeente staat in de apostolische successie. Maar in Johannes 15: 26 gaat het getuigen van de Geest aan het getuigen van de apostelen vooraf. De Geest zal getuigen en gij zult ook getuigen. De boodschap van het pinksterfeest is dus, dat wij niet hulpeloos zijn in onze roeping te getuigen. Johannes stelt de zaak van het pinksterfeest op zijn eigen manier aan de orde in Johannes 20: 19-23. Jezus zendt de discipelen uit met apostolische volmacht, maar blaast eerst op hen en zegt :'Ontvangt de heilige Geest'. Vanuit dit gebeuren na Pasen moeten ook de woorden over het getuigen van de discipelen en van de heilige Geest in Johannes 15 en 16 gelezen worden.

Nu is dit getuigen geen eenvoudige zaak. Het Griekse woord is: martureoo en daar horen we reeds het woord ‘martelaar' in. Waarom is dit getuigen ook in de context van het vrije West-Europa geen eenvoudige zaak? De prediker zal hier dieper op in moeten gaan.Het christendom is in West - Europa een godsdienst geworden, waarin mensen zich geriefelijk voelen. Zeker in de postmoderne context geldt:wanneer jij je er prettig bij voelt, zal ik je verder niet lastig vallen, wanneer jij mij ook maar niet lastig valt.

Wij hebben er nauwelijks nog enige notie van, dat wij in het evangelie geloven en van het evangelie getuigenis afleggen in een wereld vol vijanden. In de tekst staat echter alles onder de hoogspanning van het rechtsgeding, dat God met de wereld heeft. Het woord martureoo uit Johannes 15 wordt nu ingevuld en uitgediept als elenchoo. Getuigen is ook : in staat van beschuldiging stellen.Zeggen: jullie hebt het totaal bij het verkeerde eind. Het postmoderne relativisme is een leugen. Want de waarheid is niet relatief. Er is maar één waarheid en die waarheid is een persoon: Jezus Christus. De weg, die Hij gegaan is van liefde tot het einde (Joh. 13:1) is de enige weg met perspectief. Zonde is : die weg niet willen gaan. Gerechtigheid is, dat aan het licht zal komen, dat dit de enige rechte weg was. Oordeel is, dat het dienen van andere heren en machten volstrekt geen toekomst heeft. De bekende Amerikaanse theoloog en ethicus Stanley Hauerwas schreef een belangwekkende bijdrage over het postmodernisme onder de titel: Preaching as though we had enemies.(te vinden op internet). Hij zegt: wanneer de gemeente en wij weer ontdekken, dat we in een vijandige wereld staan, dan is ook gelijk het probleem van de relevantie van het evangelie voor de moderne mens opgelost. Maar wellicht op een andere manier dan wij plezierig vinden.

Troost is er ook in de tekst. De Geest gaat de gemeente in het getuigen en overtuigen vooruit. Hoe bestaat het, dat er een gemeente van Jezus Christus is, wereldwijd.? Hoe bestaat het , dat ik met vallen en opstaan Hem volg? Dat komt door de Geest, wiens komst we vandaag op het Pinksterfeest gedenken. De Geest is gekomen. Dat woordje van de tekst moeten we niet overslaan. We vieren een heilsfeit. Zoals de Zoon is gekomen, zo is ook de Geest gekomen. De gemeente is in haar roeping nooit alleen. Met name in het feit, dat de overste van deze wereld reeds geoordeeld is, vindt ze de moed om te volharden, ook in lijden en afwijzing. De zaak van Christus is een gewonnen zaak! Daarvan getuigt ze met woorden, maar ook door haar existentie. ‘Es ist auch nicht blosz die Verkündigung der Jünger, durch die sich der Paraklet Gehör gegenüber der Welt verschafft; vielmehr musz man zugleich an die Existenz und das gläubige Leben der Gemeinde denken. (Schnackenburg,a.w.S.147).