Marcus 1: 14, 15. Preekschets

Door drs. E.K. Foppen, lid visigegroep Areopagus.

Schriftlezingen
Marcus 1 vers 1-20, Galaten 4 vers 1-7.

Tekst
Marcus 1 vers 14,15.

Waarom deze tekst? De eerste maanden van het jaar wordt - terecht - vaak uit de evangeliën gelezen. We volgen Jezus ‘van de wieg tot het graf'. We luisteren naar zijn woorden, kijken naar zijn wonderen en genezingen. Al deze woorden en tekenen zijn echter geen ‘losse feiten', maar staan telkens in het kader van het Koninkrijk van God dat in Jezus Christus present is. In deze preekschets wordt expliciet op dit overkoepelende kader ingegaan, zodat de gemeente dit grote kader niet uit het oog verliest en de ‘losse' woorden en genezingen (weer) in het juiste licht en perspectief weet te plaatsen.

Liturgische aanwijzingen
Mogelijke Psalmen en liederen zijn: Psalm 68 vers 12 (O.B. vers 16); Psalm 95 vers 3,4 en 5 (O.B. vers 4); Gebed des Heren vers 1, 3 en 9; Liedboek voor de Kerken: Gez. 281, 291 en 297.

Exegetische notities
• Markus valt - samenvattend - met de deur in huis: Het begin van het evangelie van Jezus Christus. Nadat hij het optreden van Johannes de Doper, de laatste profeet van de onvervulde tijd, heeft vermeld, beschrijft hij de doop en verzoeking van Jezus. Met de verzen 14 en 15 begint Marcus het eerste grote hoofddeel van zijn evangelie. Deze verzen zijn te lezen als een samenvattend bericht van Jezus' prediking (vergelijk bijvoorbeeld de vaak beknopte samenvattingen aan het begin van wetenschappelijke artikelen). Hij geeft daarmee een ‘leessleutel' tot het verstaan van de woorden en daden van Jezus.

• Predikend. Hier wordt het Griekse werkwoord kerussein gebruikt: afkondigen/uitroepen namens de koning. Een in dit verband voor de hand liggend werkwoord: het gaat immers om het Koningschap van God!

• Evangelie van het Koninkrijk van God. In sommige (oude) handschriften lezen we alleen ‘het evangelie van God'. Dit verandert feitelijk echter weinig. Het evangelie van God betekent immers de goede boodschap dat het Koninkrijk van God is gekomen; dat hangt nauw samen met de Persoon en het werk van Jezus Christus (zie vers 1). In Hem vestigt God zijn Koninkrijk op aarde.

• Koninkrijk van God. In het Oude Testament is er al een spanning te merken tussen ‘reeds' en ‘nog niet' van Gods koningschap. Vele psalmen zingen immers het koningschap van God uit. (Psalm 10, 93, 99) Hij die het voor het zeggen heeft, krijgt het echter lang niet altijd voor het zeggen. Er zijn nog vele rivieren (anti-goddelijke machten) die bruisen (Psalm 93). Men verwachtte daarom dat het rijk van God in de toekomst ten volle openbaar zal komen. Het koningschap van God zal ongehinderd gezien worden. De draad van de verwachting van dit komende rijk is niet altijd even strak gespannen geweest, maar was wel gedurig aanwezig!

• Tijd is vervuld. Marcus gebruikt hier het woord kairos. Het duidt op het door ‘God aangewezen tijdstip, de tijd van de beslissing. Bolkestein: ‘God is bezig te handelen. Hij maakt een geschiedenis met de met de wereld. In zijn handelen zijn er keerpunten aan te wijzen. Thans is het grote keerpunt, dat van beslissende betekenis is, aangebroken. In Jezus' optreden is het grote eschatologisch geladen moment gekomen, het ogenblik van de beslissende voltooiing.' Jezus ziet zijn komst dus als de vervulling van hét moment waar de profeten naar hadden uitgezien. Hier ligt het verband met Galaten 4:4. Hoewel Paulus daar het woord chronos gebruikt (wat meer gebruikt wordt voor de uitgestrektheid van de tijd). Jezus' komst maakt de lopende chronos tot beslissend kairos.

• En het Koninkrijk van God is nabij gekomen. Het ‘en' (kai) is hier vooral epexegtisch en kun je daarom wellicht het beste lezen als ‘dat wil zeggen'. Het in ieder geval van belang om de vervulling van de tijd en de komst van het Koninkrijk dicht bij elkaar te houden. Over het ‘nabij gekomen' is onder de exegeten veel discussie. Deze discussie spitst zich toe op de vraag of het Koninkrijk nu al gerealiseerd is (realised eschatology, grondlegger is C.H. Dodd) of weliswaar dicht(er)bij gekomen is, maar toch nog vooral ‘uitstaat' (consequent eschatology, belangrijke verdediger is Albert Schweitzer). Mijns inziens heeft Ridderbos gelijk wanneer hij schrijft: ‘Veeleer zal men het als het karakteristieke en bijzondere van Jezus prediking moeten beschouwen, dat Hij het Koninkrijk in zijn vervullende, eschatologische betekenis zowel als een tegenwoordige als ook als een toekomstige werkelijkheid proclameert. De vervulling is er en toch moet het Koninkrijk nog komen. Het Koninkrijk is gekomen en toch laat de vervulling nog op zich wachten' ( H. Ridderbos, De komst van het Koninkrijk, 103). Kruis en opstanding van Jezus maken grondleggend deel uit van het Koninkrijk van God. Waar Johannes het rijk van God nog aankondigt, zegt Jezus dat het nabijgekomen is. Wat in het O.T. geldt met het oog op het koningschap van God (zie eerder) geldt ook in het N.T. voor het Koninkrijk van God. Het is verborgen aanwezig, soms zelfs verpakt in het tegendeel. Jezus zegt immers ook tegen Pilatus dat zijn Koninkrijk niet van deze wereld is.

• Bekeert u en gelooft het evangelie. Vanuit de indicatief (het Koninkrijk is nabijgekomen) volgt de imperatief. Bolkestein schrijft: ‘De komst van het Koninkrijk maakt de boete, de omkeer noodzakelijk. De nabijheid van het rijk maakt de omkeer ook mogelijk.' Ook hier geldt dat het ‘en' (kai) vooral epexegetisch is (en dus te lezen als ‘dat wil zeggen'). Bekering en geloof grijpen volledig in elkaar. Wie zich bekeert gelooft, wie gelooft bekeert zich. Het geloven in het evangelie is je hartelijke laten leiden door de wetenschap dat in Jezus het rijk van God gekomen is en komt.

Aanwijzingen voor de preek
Men kan op verschillende manieren insteken:

• historisch door bijvoorbeeld het verschil te laten zien tussen Johannes de Doper en Jezus.

• meer thematisch: Wat is het koninkrijk van God nu precies? Waar gaat het Jezus om?
Het is wellicht goed om al vertellend over de woorden en de wonderen van Jezus aan de gemeente te vragen wat nu het verband is tussen zijn (verschillende) woorden en werken. Jezus is toch niet zomaar een aardige dominee die met wat aardige woorden en beelden strooit, of een wonderdokter die -wanneer Hij zin heeft- mensen geneest? Het verband is het Koninkrijk van God. De heerschappij van Jezus Christus op aarde.

Vervolgens is het dan goed mogelijk om de woorden van Jezus (vers 14 en 15) op de voet te volgen. Ze laten zich lezen als focus en function van de preek.
Focus: De tijd is vervuld, de heerschappij van God op aarde is (nabij)gekomen.
Function: Bekeer u en vertrouw op deze boodschap.

Wij leven in vervulde tijd. Hier wellicht ingaan op de tijd die door velen als zinloos wordt ervaren. Vanuit de eeuwigheid is God in de tijd gekomen en heeft Hij de tijd vulling gegeven. De geschiedenis is dus geen dolle schroef. In de persoon van Jezus vestigt God Zijn heerschappij. Door genezing en uitdrijving laat Hij zien dat de machten die tegen God ingaan, het moeten en zullen afleggen. Bij het kruis lijkt Jezus de heerschappij te verliezen, maar juist zo is Hij de koning. Hij draagt de straf voor onderdanen. Ooit wel eens zo'n koning gezien?

Bovenstaand gedeelte is vooral verkondigend van aard. Nu is het ook zaak om de mens en zijn beleving van het koningschap van God een plek te geven. Geef door middel van verschillende (recente ) beelden en gebeurtenissen de gebrokenheid weer. Laat deze gebeurtenissen betrekking hebben op de grote en kleine wereld. Het is goed om met deze beelden homiletisch de grens op te zoeken? Is het dan toch niet waar dat het Koninkrijk nabij gekomen is? Is het toch goedbedoelde grootspraak van Jezus? Nee, het Koninkrijk is er vooral ook in het licht van het kruis en in de gebrokenheid. Hier zou iets van de spanning die ook in het Onze Vader doorklinkt naar voren kunnen komen.

Waartoe roept de verkondiging van het koninkrijk ons op: tot bekering en geloof. Bekering kan hier wellicht goed worden ingevuld met het loslaten van het denken dat alles zinloos is (hoe goed te begrijpen ook)en ons menselijk gevoel (dat vaak berust op wat wij zien)
We mogen vertrouwen dat God gekomen is en komen zal en zijn heerschappij die gevestigd is in liefde zal doorzetten, dat kan alleen in de weg van een gedurig horen naar het evangelie. Anders raak je de wijs kwijt!

A.A. van Ruler schreef: Wij willen onszelf steeds aanpraten dat het leven een verloren zaak is. En dat is het ook. Wie zou zijn eigen bestaan kunnen rechtvaardigen? Maar dat is alles de boze en ontzettend ware wartaal van het zondige, tegen God opstandige hart. God spreekt andere woorden. Hij zegt dat Hij het verloren leven redt. Leven kan men alleen wanneer men het vertrouwen van zijn hart stelt op deze vreugdeboodschap van God.

Geraadpleegde literatuur
Commentaren:
M.H. Bolkestein (P.N.T.), Het evangelie naar Marcus;
J. van Bruggen (C.N.T 3e serie), Marcus, het evangelie volgens Petrus;
Robert A. Guelich, (W.B.C, dl 34a), Marc 1-8:26.

Bijbelse theologie:
K.A. Deurloo, L.J. van den Brom (red.), Verzoening of koninkrijk, over de prioriteit van de verkondiging, Callenbach Nijkerk, 1998;
G. Kittel, Theological Dictionary of the New Testament;
A. Noordergraaf, e.a. (red.), Woordenboek voor Bijbellezers, Boekencentrum Zoetermeer, 2005;
Herman Ridderbos, De komst van het Koninkrijk, Kok Kampen, 1950

Homiletisch/meditatief:
G. van Leeuwen, in: Postille nr. 24, blz 50-53;
A.A. van Ruler, Dichter bij Markus, over het evangelie naar Markus 1-8, Callenbach Nijkerk, 1974.