Preekschets voor avondmaalszondag

Door ds. Bert Karel Foppen, Katwijk, lid visiegroep Areopagus.

Inventio
Het kleine boekje Ruth is een parel van grote waarde. Natuurlijk is het mooi om uit dit Bijbelboek te preken in de periode van Advent (zie bijv. postille 52), maar ook zonder de ‘bril van advent' valt er genoeg te zien. Het ‘tegoed van het O.T' is duidelijk merkbaar. Het voor ons wat vreemde hoofdstuk 3 leent zich - vooral vanuit de categorie van de (vervulde) parallellie- prima voor de verkondiging rond de avondmaalstafel en/of een dienst van dankzegging Heilig Avondmaal. Die insteek is hier bewust gekozen.

Uitlegkundige notities
Er lopen verschillende roden draden in het boekje Ruth. Eén van deze draden is de bijzondere en vaak spanningsvolle verhouding tussen leiding van God en de verantwoordelijkheid van de mens. Duidelijk wordt dat Gods leiding zich vaak ‘verpakt' in verantwoordelijk gedrag. Dit thema zien we ook duidelijk terugkomen in hoofdstuk 3.

Handreikingen
Hieronder geen uitputtende exegese, zie daarvoor de verschillende commentaren, maar een aantal handreikingen:
*Naomi neemt initiatief (de eerste keer!) en ontvouwt -met duidelijk toenemende spanning- het plan dat zij bedacht heeft ivm in haar ogen zo nodige ‘rust' voor Ruth. Hoewel er niet expliciet gesproken wordt over een huwelijk is het wel duidelijk dat Naomi bij het woord rust in deze richting denkt.(zie parallel met hoofdstuk 1:9). Ruth krijgt de opdracht om via een vreemde, stille, maar toch sprekende hint Boaz te herinneren aan het losserschap en het leviraatshuwelijk. (zie Lev. 25:23-28 en Deut.25:5-10; Boaz koppelt deze twee instellingen ook aan elkaar in 4:5) Naomi kiest daarvoor de in haar ogen beste methode en juiste tijdstip: in de donkere avond/nacht (=onzichtbaar), na het werk en de maaltijd(= goede stemming), onder vier ogen(=privé). Hoewel er zeker ook erotische suggestie van het geheel uitgaat -de gebruikte werkwoorden in vers 4 zijn dubbelzinnig; en waarbij speelt erotiek geen rol?- wordt er toch geen ‘platte' verleidingsscene op touw gezet. Over gemeenschap tussen Boaz en Ruth lezen we dan ook pas ‘open en bloot' in hoofdstuk 4. Hier wordt (verlangend?!) gewerkt aan de veilige en structurele inbedding van deze gemeenschap.
* Ruth gehoorzaamt: Haar beloftevolle woorden aan Naomi: ‘waar gij zult vernachten, zal ik vernachten' (zie 1:16) worden op een bijzondere manier waar. Het geheel ontrolt zich vervolgens volgens Naomi's plan. Wanneer Boaz wakker schrikt (let op: vs 8 spreekt niet over Boaz en Ruth, maar over man en vrouw) en aan Ruth vraagt wie zij is, antwoordt Ruth met meer woorden dat zij van Naomi heeft gehoord. Wanneer zij haar naam uitspreekt treedt zij uit de anonimiteit, daarmee geeft zij Boaz macht over haar. Het woord ‘dienares' is van meer klasse dan de ‘meisjes' uit vers 2. Opvallend is verder dat Ruth hier zichzelf niet meer als ‘moabitische' omschrijft. Zij weet zich een met het volk Israel: ‘Uw volk is mijn volk' Spreid uw vleugel over uw dienares uit, want u bent de losser. Een gebed om bescherming vanuit de belijdenis dat Boaz de losser is. Bij het spreiden van de vleugel (ook te vertalen met mantel!) kunnen we denken aan het huwelijk (zie Ez. 16:8), maar de notie van bescherming staat voorop. Opvallend is dat Boaz door Ruth geroepen wordt om de door hem uitgesproken zegenwens (zie 2:12)zelf vorm te geven. Hubbard: ‘In essence, Ruth asked Boaz to answer his own prayer.'
* Boaz prijst -al zegenend- Ruth om haar keuze en gedrag tot op dit moment (vers 10) en spreekt een hartelijke bereidheid uit. Hij refereert hierbij wel direct aan de andere losser. Boaz wil niet buiten de wetgeving om. Wanneer de nacht ten einde is, stuurt Boaz Ruth niet met lege handen naar huis: zes maten gerst. Deze zijn een belofte voor het toekomende leven. Sommigen zien een sterk verband tussen dit graangeschenk en het eventuele toekomstige nageslacht. Zo stelt Smelik: ‘Het graan staat voor leven en voortleven. Je kunt het eten en je kunt het als zaad in de grond stoppen om het opnieuw te laten groeien. Bezien vanuit de seksueel beladen sfeer van hoofdstuk 3 is Boaz' geschenk een verwijzing naar de gelukkige afloop van het verhaal: wanneer een zoon wordt geboren, die de familie in stand zal houden.'
* Wanneer Ruth thuiskomt stelt Naomi in onze ogen een vreemde vraag: Wie ben je, mijn dochter. Dit is een vraag de identiteit. De ontmoeting met de losser verandert blijkbaar niet alleen de omstandigheden, maar vooral je diepste zijn. Ruth vertelt vervolgens ook niet wat er allemaal gebeurd is, wat haar overkomen is, maar ‘wat de man voor haar gedaan had'.
* Het hoofdstuk eindigt met een beloftevol verwachten. In het Hebreeuws is ‘vandaag' het laatste woord. Smelik: ‘Op die manier wordt de lezer een zeer spoedig einde van het verhaal in vooruitzicht gesteld. Dat klopt want de dag van de beslissing is reeds aangebroken.'

Aanwijzingen voor de prediking
- Een mogelijke intro is om de preek in te zetten met de vreemdheid van het gebeuren van hoofdstuk 3. Je kunt aan de hand daarvan iets zeggen over onze ‘westerse' en (post)moderne leesbril. Verder leent de geschiedenis zich zeer voor een narratieve preekvorm. Het is immers een spannende geschiedenis.
- Het gaan van Ruth naar Boaz is hoe dan ook een weg van gehoorzaamheid en volkomen overgave. Ze geeft zichzelf, haar identiteit prijs wanneer ze haar naam uitspreekt. Hier ligt een sterke parallel met de viering van het Heilig Avondmaal: wie de vreemde gang naar de Losser Jezus Christus maakt, kan niet anders dan zichzelf prijsgeven. Alleen wie zijn leven verliest en zijn Naam ‘opgeeft' zal het winnen en wacht een verlossende/verloste toekomst!
- ‘In essence, Ruth asked Boaz to answer his own prayer.' (zie uitlegkundige notities) Hier wordt duidelijk -één van de thema's van het boek Ruth- dat een mens zich niet achter Gods daden kan verschuilen, maar ook geroepen is om zelf vorm te geven aan daden van God. Denkend aan de viering van het Heilig Avondmaal en het leven in dankbaarheid geldt zeker ‘Zo zullen wij allen , die door het waarachtig geloof in Christus ingelijft zijn, door broederlijke liefde samen één lichaam vormen, omwille van Christus, onze geliefde Zaligmaker, die ons tevoren zo bijzonder heeft liefgehad. Dit zullen wij niet alleen met woorden, maar ook met daden aan elkaar bewijzen.' (uit Formulier om het Heilig Avondmaal te houden, curs. EKF) In de preek kan dan worden stilgestaan bij de uitwerking van de vraag: Kun je zelf vorm geven aan wat je de ander toewenst?
- Naomi vraagt bij thuiskomst aan Ruth ‘wie zij is'. Deze vraag is op het eerste gezicht een vreemde vraag. Het is geen vraag naar de omstandigheden, maar naar de identiteit. Een wezenlijke vraag dus. (wat kletsen wij toch veel...in plaats van wezenlijke gesprekken) In het avondmaal proeven wij wat Jezus aan ons gedaan heeft. Brood en wijn wijzen mij naar het kruis van Golgotha waar Hij zich verlossend heeft gedragen. Daar is niet alleen wat aan mijn omstandigheden veranderd, maar daar ben ik een ‘ander' mens geworden, nl. van de Ander. Ook de viering van het Avondmaal is een gebeurtenis die mijzelf veranderd, juist omdat zij me herinnert aan het feit dat Christus me ‘verAnderd' heeft. Wie ben je? Ik ben een verlost, verAnderd mens. En ik heb vandaag de verlossing geproefd.
- Ruth vertelt Naomi alles ‘wat de man voor haar gedaan had'. Een dankbaar leven is getuigen van de ontvangen hoop die grond heeft in Zijn verlossend handelen.
- Tenslotte rest Ruth niet anders dan wachten. Dit is echter een beloftevol ‘verwachten'. Hier kan in de prediking een lijn getrokken naar de woorden van Bonhoeffer dat christenen geroepen zijn om te wachten, te bidden en het goede te doen. Dit wachten duurt niet lang. De grote bruiloft komt. Het is ‘vandaag' geproefd. De beslissing is al aangebroken. En Jezus is in de hemel bezig de zaak die volbracht is ‘tot een einde te brengen'. Allerlei machten en krachten moeten daarvoor overwonnen worden!
- Het wachten op de voleinding hoeft niet zonder onderpand: zes maten gerst. Als een belofte van de volheid (zeven) vieren wij het Avondmaal. Brood en wijn zijn als deze zes maten gerst: tekenen en zegelen van de grote bruiloft. Verlossend Brood voor onderweg!

Gij hulp van wie wordt overmand,
hoe wonderbaar kunt Gij bevrijden!
Hoe zegent Gij die U verbeiden
die schuilen bij uw rechterhand
Behoed mij dan, laat mij niet vrezen
behoed de appel van uw oog
breidt uit uw vleugels van omhoog
en laat mij zo geborgen wezen.

O blij vooruitzicht dat mij streelt,
ik zal ontwaakt, Uw lof ontvouwen,
U in gerechtigheid aanschouwen,
verzadigd met uw goddlijk beeld
. (Ps. 17: 3 en 7)

Aanwijzingen voor de liturgie
Psalm 17, 19, 36, 146 zijn prachtig bij Ruth 3. Zie verder de gezangen met het oog op het avondmaal uit het Liedboek voor de kerken

Geraadpleegde Literatuur
Robbert L. Hubbard jr. The book of Ruth (serie New International Commentary of the Old Testament)
K.A.D. Smelik, Ruth (Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel)
W. Dekker, Liefde geneest